de werknemer verzocht de werkgever op 29 oktober 2018 om het dienstverband te beëindigen, onder betaling van een transitievergoeding. dit verzoek wees de werkgever op 19 november 2018 af. de kantonrechter wees de vorderingen van de werknemer af. tijdens het hoger beroep bereikte de werknemer op 11 augustus 2019 de aow-gerechtigde leeftijd. hof den haag kwam tot een aantal opmerkelijke antwoorden.

goed werkgeverschap

ten eerste oordeelde het hof dat de afwijzing van de kantonrechter in stand bleef, om de werkgever te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding. het dienstverband was namelijk inmiddels beëindigd – zonder betaling van een transitievergoeding – omdat de werknemer de aow-gerechtigde leeftijd had bereikt. het hof oordeelde vervolgens over het verzoek van de werknemer tot schadevergoeding, ter hoogte van de transitievergoeding. het hof stelde eerst vast dat na 104 weken ziekte per 20 november 2017 was voldaan aan de vereisten van artikel 7:669, leden 1 en 3, aanhef en onder b, van het bw. volgens het uwv was de werknemer medisch ongeschikt om de eigen (bedongen) arbeid te verrichten. ook was niet gesteld of gebleken dat de werknemer binnen 26 weken de eigen arbeid, al dan niet in aangepaste vorm, bij de eigen werkgever kon hervatten. daarom had de werkgever (als goed werkgever) het verzoek van 29 oktober 2018, om het slapende dienstverband te beëindigen onder betaling van een transitievergoeding, moeten honoreren. dat de werknemer letsel had opgelopen in de privésfeer en volgens het uwv nog in staat was om (theoretische) functies bij andere werkgevers te verrichten, vond het hof niet van belang. het hof bepaalde dat er bij de eigen werkgever geen reële mogelijkheden tot re-integratie waren, als bedoeld in de hr-uitspraak van 8 november 2019.

 risico werkgever

bij slapende dienstverbanden gaat het om re-integratiemogelijkheden bij de eigen werkgever. de werkgever voerde aan dat het dienstverband van de werknemer inmiddels op 11 augustus 2019 was geëindigd door het bereiken van de aow-gerechtigde leeftijd. níet wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. hierdoor zou de werkgever mogelijk geen recht op compensatie kunnen doen gelden. het hof oordeelde dat dit risico voor rekening van de werkgever komt. tot slot kleeft er nog een opmerkelijk aspect aan deze zaak. het hof heeft op de aan de werknemer toegewezen transitievergoeding van € 27.169,50 (waar de werknemer na 104 weken van ziekte recht op zou hebben gehad), niet de ww-uitkering in mindering gebracht, die de werknemer van het uwv ontving.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief