de curator vordert in dit geding betaling van het boedeltekort, en wijst naar de hoofdelijke aansprakelijkheid van de gedaagde voor het kennelijk onbehoorlijk bestuur. de rechtbank verklaart dat de gedaagden als bestuurders van de bv wegens onbehoorlijke taakvervulling jegens de boedel inderdaad hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het bedrag van de schulden van de bv. althans, voor zover die schulden niet kunnen worden voldaan door de baten te vereffenen.

 

let op

bij het faillissement van een vennootschap is het bestuur hoofdelijk aansprakelijk voor het boedeltekort, als:

  • het zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld; en
  • het aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

dit volgt uit artikel 2:248 lid 1 bw. als het bestuur niet heeft voldaan aan de administratieplicht van artikel 2:10 bw, staat daarmee vast dat er sprake in van onbehoorlijke taakvervulling. ook wordt dan vermoed dat die onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. dit artikel 2:10 bw verplicht het bestuur dus om de administratie zodanig te voeren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vennootschap kunnen worden gekend. dit impliceert dat alle behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers zorgvuldig bewaard moeten worden en toegankelijk moeten zijn.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief