het hof heeft uiteraard een uitgebreidere toelichting gegeven waarom zij tot dit oordeel is gekomen. het hof overweegt: “een meerderheidsaandeelhouder mag in zijn verhouding tot minderheidsaandeelhouders in beginsel zijn eigen belang voorop stellen, maar hij mag de belangen van de minderheidsaandeelhouders niet volkomen negeren. zoals iedere aandeelhouder is een meerderheidsaandeelhouder jegens alle krachtens de wet en de statuten bij de organisatie van de vennootschap betrokkenen gehouden zich te gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd (artikel 2:8 lid 1 bw). de vennootschap en haar meerderheidsaandeelhouder zal op grond van artikel 2:8 bw jegens de minderheidsaandeelhouder de nodige zorgvuldigheid moeten betrachten.” het hof komt dus tot de conclusie dat dit voldoende het geval is geweest.