de werkneemster stelt dat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd en vordert loon vanaf 25 juni 2017 op basis van het gemiddeld aantal gewerkte uren over de laatste 3 maanden. beide partijen belanden bij het gerechtshof. het gerechtshof oordeelt dat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd en dat de oproepkracht gelijk heeft. ook stelt het gerechtshof dat goed werkgeverschap met zich meebrengt dat de werkgever verplicht is om de oproepkracht op te roepen als er werk is. ook mag de werkgever de vrijheid van het oproepcontract niet gebruiken om de oproepkracht uit te sluiten van werk, om redenen die dat besluit niet kunnen rechtvaardigen.
commentaar
deze uitspraak van het gerechtshof ’s-hertogenbosch beperkt de vrijheid van de werkgever bij oproepcontracten. bovendien was deze gebaseerd op de minder strenge wetgeving voor oproepcontracten tot 1 januari 2020. immers, vanaf 1 januari 2020 is het recht op loon van oproepkrachten – in elk geval na maximaal 6 maanden werken – wettelijk vastgelegd. werkgevers dienen er rekening mee te houden dat zij verplicht zijn om oproepkrachten op te roepen als er werk is. ook zullen zij moeten beseffen dat dit, vanwege het rechtsvermoeden van de omvang van het contract, na 3 maanden werken tot een hogere loonverplichting kan leiden. het aangaan van een oproepcontract voor een periode van langer dan 6 maanden (laat staan voor onbepaalde tijd) haalt het doel en de vrijheid van flexibiliteit bij dat oproepcontract weg.