vorig jaar rond deze tijd behandelden we in de btw-fiscasus een vergelijkbare zaak met een andere uitkomst, maar ook met een belangrijk verschil. ook in deze zaak liet een man een nieuwbouwwoning bouwen en zonnepanelen plaatsen op het dak. deze zonnepanelen waren echter wel geïntegreerd in het dak. rechtbank zeeland-west-brabant stelde vast dat de man btw-ondernemer was in verband met de energielevering aan het energiebedrijf. daarom kon de man ook btw-aftrek claimen over een deel van de btw op de bouwkosten van de nieuwbouwwoning. de woning had namelijk mede een zakelijke functie, omdat een deel van het dak voor belaste activiteiten werd gebruikt. de omvang van de btw-aftrek werd bepaald door de verhouding zakelijk versus privégebruik van de woning. deze verhouding werd berekend op basis van het aantal vierkante meters van het dak dat voor belaste prestaties werd gebruikt. de rechtbank achtte dit een redelijke benadering van het werkelijk gebruik.
niet-geïntegreerde zonnepanelen
in bovenstaande uitspraak van hof arnhem-leeuwarden gaat het om niet-geïntegreerde zonnepanelen. in tegenstelling tot de situatie met geïntegreerde zonnepanelen die tot de onroerende zaak als zodanig behoren, is de rechter hier van mening dat niet automatisch een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de bouw van de woning en de levering van energie via de zonnepanelen. of deze zienswijze stand houdt, zal naar verwachting duidelijk worden wanneer de hoge raad definitief uitspraak doet in de lopende cassatieprocedure tegen een eerdere uitspraak van het hof arnhem-leeuwarden, ecli:nl:gharl:2019:3986.