het kan ook zo zijn dat er minder is betaald, omdat er specifieke kosten aankomen, waarbij het moment van aankoop al verplichtingen bestaan waarvan de hoogte van de te maken kosten goed is in te schatten. én het waarschijnlijk is dat die kosten zich ook zullen voordoen. in dat geval wordt daarvoor een voorziening genomen.
het kan ook zijn dat de werkelijke waarde van de vaste activa hoger is dan de boekwaarde waarvoor wordt betaald (er zijn dus stille reserves). dan neem je onder de langlopende schulden een post ‘negatieve goodwill’ op. die laat je vrijvallen naar rato van de gemiddelde afschrijvingen.
betreft het stille reserves in vlottende activa, dan neem je onder de kortlopende schulden een post ‘negatieve goodwill’ op, die je laat vrijvallen naar rato van de realisatie van die meerwaarde; bijvoorbeeld via inning van vorderingen.
als je minder betaalt omdat je onderrendabiliteit verwacht (ofwel: je verwacht eerst nog verliezen te maken) zonder dat je hiervoor een voorziening kunt vormen, dan vorm je ook hiervoor een passiefpost ‘negatieve goodwill’. deze post kun je naar gelang de realisatie van die verliezen laten vrijvallen. in hoeverre dit onder de langlopende of de kortlopende schulden moet worden gepresenteerd, hangt uiteraard af van de verwachte periode waarover verlies wordt gemaakt.
tot slot: in de situatie dat je als koper echt een gelukje hebt (lucky buy), heb je in het jaar van aankoop een bijzondere bate deelneming in de resultatenrekening. dit moet je wel extra goed kunnen onderbouwen; een echte lucky buy is zeldzaam.