het eu-hof van justitie oordeelt dat de btw-heffing neutraal moet werken en dus niet tot een kostenpost mag leiden bij een btw-belastingplichtige met volledig aftrekrecht. stelt een belastingplichtige een factuur op, waarmee hij het gevaar voor verlies van belastinginkomsten heeft uitgeschakeld? in dat geval kan de herziening van de ten onrechte gefactureerde btw niet afhankelijk worden gesteld van de goede trouw van de opsteller van de factuur. verder bestaat bij toepassing van de verleggingsregeling geen gevaar voor verlies van belastinginkomsten. de afnemer moet immers btw betalen, maar kan deze ook weer aftrekken. lidstaten mogen aan het recht op teruggaaf wel voorwaarden verbinden om misbruik en fraude te voorkomen. ook mogen zij een redelijke termijn stellen om de rechtszekerheid te waarborgen. maar een relatief korte formele bezwaar- of beroepstermijn (zoals in nederland zes weken) zal niet kwalificeren als redelijke termijn.
tip
ook als de aanslag al definitief is vastgesteld, kan onterecht gefactureerde en afgedragen btw dus worden teruggevorderd. dit moet de belastingplichtige dan wel kunnen onderbouwen. in nederland kan een definitieve aanslag nog worden gecorrigeerd met een verzoek om ambtshalve vermindering. wijs je cliënt er daarom op dat een zorgvuldige administratie hiervoor van groot belang is.