een ondernemer houdt indirect alle aandelen in een bv. via deze bv drijft hij in een maatschap met twee andere ondernemers een accountants- en belastingadvieskantoor. sinds de jaren negentig geeft hij kostbare schilderijen in bruikleen aan dit kantoor, zonder daarvoor een vergoeding te vragen. de inspecteur is daar steeds mee akkoord gegaan. sinds 2001 valt de bruikleen onder de tbs-regeling. in de ib-aangiften 2013 en 2014 geeft de ondernemer een tbs-verlies aan als gevolg van verkoopverliezen en afwaarderingen van de schilderijen. de inspecteur corrigeert de aangifte en stelt dat de ondernemer een gebruiksvergoeding moet aangeven. ook weigert hij het tbs-verlies. maar de rechter tikt hem op de vingers.

rechtbank gelderland stelt vast dat de bruikleen op grond van het vertrouwensbeginsel nog steeds zonder vergoeding mag plaatsvinden. de inspecteur heeft niet alleen de aangiften jaarlijks steeds gevolgd, maar in de voorafgaande jaren is via vragenbrieven ook een aantal keren nadrukkelijk naar het ontbreken van een vergoeding gekeken, zonder tot correctie daarvan over te gaan. de ondernemer mocht er daarom op vertrouwen dat hij voor de bruikleen geen vergoeding in rekening hoeft te brengen. ook maakt de inspecteur niet aannemelijk dat hij tijdens een telefoongesprek in 2013 het gerechtvaardigd vertrouwen heeft opgezegd. de ondernemer hoeft daarom ook in 2013 en 2014 geen vergoeding in rekening te brengen.

afwaarderingen en verkoopverliezen

de rechtbank oordeelt dat de afwaarderingen niet aftrekbaar zijn. deze afwaarderingen zijn gebaseerd op taxaties van een veilinghuis over de waarde in het economisch verkeer. dit zegt niets over de bedrijfswaarde van de schilderijen. de verkoopverliezen van twee schilderijen zijn wel aannemelijk gemaakt en deze zijn dus wel aftrekbaar.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief