zolang het kleinkind minderjarig is, heeft het geen zeggenschap over het geërfde vermogen. die zeggenschap komt toe aan de ouders en gaat over op het kleinkind, zodra het kleinkind meerderjarig is. om te voorkomen dat het kleinkind dan over een geërfd geldbedrag kan beschikken, zie je vaak dat grootouders in hun testament hebben bepaald dat het vermogen tot een bepaalde leeftijd onder bewind wordt gesteld. dit is het zogenaamde testamentaire bewind. een bewindvoerder moet je benoemen in je testament. dat kan een familielid of een goede bekende zijn, maar dit kan ook een professional zijn. het is ook mogelijk om een opvolgend bewindvoerder te benoemen als de eerste bewindvoerder niet in staat is om de taak uit te oefenen. in de meeste gevallen wordt het bewind ingesteld tot de leeftijd van 23 jaar. dit heeft onder meer te maken met het feit dat een onder bewind gestelde op grond van de wet na 5 jaar zelf aan de rechter kan vragen het bewind op te heffen.
tip
leg in het testament goed vast wat de bevoegdheden van de bewindvoerder zijn en voor welk doel het geld eventueel kan worden aangewend. denk bijvoorbeeld aan de kosten van een studie of opleiding. opa en oma zien waarschijnlijk liever dat de studieschuld wordt afgelost, dan dat er een auto wordt gekocht.