drie voorbeelden zijn:
- liquide middelen die niet direct vrij kunnen worden uitgekeerd, worden in onderhandelingen door de koper veelal niet meegenomen in de berekening van de netto-schuldpositie, maar als werkkapitaal beschouwd;
- voorzieningen die op korte termijn tot een cash-out leiden, worden vaak gezien als schuld, terwijl toekomstige opbrengsten – anders dan die uit de normale bedrijfsvoering (bijvoorbeeld uit de verkoop van een pand) – worden opgenomen als liquide middelen;
- de netto-schuldpositie per overnamebalans wordt ook beïnvloed door seizoenpatronen in werkkapitaalposities; de debiteuren- en crediteurenstand kan hierdoor afwijken van de reguliere standen. hiervoor kan een correctie worden gemaakt op de netto-schuld.
bij vaststelling van de netto-schuldpositie komt de praktijk vaak niet overeen met de theorie rond waarderingen. kopers gebruiken de bepaling van de netto-schuldpositie als onderhandelingsmiddel om de koopprijs te drukken.
tip
bij onderhandelingen is het voor partijen van belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van biedingen helderheid te verkrijgen over de netto-schuldpositie. hiermee worden biedingen van geïnteresseerde partijen vergelijkbaar, zodat er geen verrassingen ontstaan.