de hoge raad oordeelt dat de hoofdelijke aansprakelijk terecht is, omdat dit in overeenstemming is met de strekking van de wettelijke bepaling voor hoofdelijke aansprakelijkheid (artikel 33, lid 1 iw 1990). hieruit moet worden afgeleid dat de hoofdelijke aansprakelijkheid de belastingschulden betreft die zijn ontstaan voor en in de periode dat de man nog firmant was van de vof. de aansprakelijkheid behoort dan niet te eindigen bij het uittreden van de firmant. bovendien blijft een vennoot ook na zijn uittreden hoofdelijk aansprakelijk voor schulden die vóór zijn uittreden zijn ontstaan, op grond van artikel 18 wetboek van koophandel.

 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief