de rechter oordeelt dat het hotel – zelfs wanneer er een vast maandbedrag overeengekomen zou zijn – waarschijnlijk met succes een beroep zou kunnen doen op artikel 6:258 bw: onvoorziene omstandigheden. dus zelfs als partijen een harde betalingsverplichting met elkaar overeengekomen zijn, dan nog is het mogelijk om deze op grond van onvoorziene omstandigheden (covid-19) te wijzigen of (gedeeltelijk) te ontbinden. deze zaak maakt duidelijk hoe rechters de risico’s verdelen van de covid-19-uitbraak. op grond van onvoorziene omstandigheden kan een rechter de gevolgen van een overeenkomst wijzigen. deze omstandigheden moeten dan wel zodanig zijn dat de andere partij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag verwachten dat de overeenkomst ongewijzigd in stand gelaten wordt.

een beroep op onvoorziene omstandigheden, door juristen ook wel ‘imprévision’ genoemd, is gebaseerd op een wettelijke bepaling (artikel 258 van boek 6 van het burgerlijk wetboek).

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief