de rechtbank komt tot dit oordeel, omdat de vrouw enkel in nederland tegen betaling werkzaamheden heeft verricht. maar hoe worden de premies dan berekend? de studiebeurs wordt aangemerkt als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, waardoor het premie-inkomen in totaal € 36.010 (€ 30.000 + € 4.410 + € 1.600) is. het maximale premie-inkomen wordt bepaald op € 33.715. de vrouw is echter alleen premieplichtig voor de maanden februari tot en met juni 2016. het premie-inkomen zou dan voor 149/360de deel van het maximum premie-inkomen in aanmerking moeten worden genomen, oftewel € 13.954,26. op grond van het feit dat zij maar een gedeelte van het jaar premieplichtig is, zou het premie-inkomen € 18.510 (5 maal € 2.500 plus € 6.010) bedragen. in dat geval kan voor het laagste bedrag worden gekozen. omdat bij de aanslag een premie-inkomen van € 13.953 in aanmerking is genomen, is de aanslag niet te hoog vastgesteld.

belanghebbendes opmerking over het feit dat de werkzaamheden slechts in een periode van zeven weken hebben plaatsgevonden – terwijl de universiteit dit heeft uitgesmeerd over een periode van vijf maanden – brengt de rechter niet tot een ander oordeel. wat hier de doorslag geeft, is dat zij het loon voor die werkzaamheden gedurende die vijf maanden heeft ontvangen. zij moet over haar gehele inkomen premies volksverzekeringen betalen, omdat ze deze zeven weken in nederland heeft gewerkt.

de premieplicht voor de volksverzekeringen komt ook aan de orde in het webinar ‘alles wat je moet weten over grensoverschrijdende arbeid’ op 11 november 2020.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief