in het handboek loonheffingen worden de volgende voorbeelden genoemd:
voorbeeld 1
u maakt voor een werknemer sinds 1 januari 2017 gebruik van de 30%-regeling. op 1 januari 2021 is er 4 jaar gebruikgemaakt van de regeling. u mag de 30%-regeling voor deze werknemer dan blijven gebruiken tot de looptijd van 5 jaar is verstreken. dus tot 1 januari 2022.
voorbeeld 2
u maakt voor een werknemer sinds 1 januari 2014 gebruik van de 30%-regeling. op 1 januari 2021 is 7 jaar gebruikgemaakt van de regeling. u mag de 30%-regeling vanaf die datum niet langer gebruiken voor deze werknemer.
het niet meer mogen toepassen van de 30%-regeling heeft als gevolg dat:
- het salaris niet meer gedeeltelijk kan worden uitgeruild (cafetariaregeling) voor een gericht vrijgestelde 30%-vergoeding;
- het schoolgeld voor de internationale school van de kinderen niet meer onbelast kan worden vergoed;
- de werknemer niet langer kan kiezen voor de zogenoemde partieel buitenlandse belastingplicht, waardoor hij mogelijk vermogensrendementsheffing in box 3 verschuldigd is.
tip
als het om een werknemer gaat voor wie de 30%-regeling per 1 januari 2021 eindigt, kan de werkgever overwegen om (bijvoorbeeld) een verschuldigde bonus nog in 2020 te betalen. de 30%-regeling kan dan nog worden toegepast.