de belastingdienst stelt dat de vrouw door de media-aandacht op het moment van de inkeer wist of moest vermoeden dat de belastingdienst een onderzoek deed naar zwartspaarders met een ubs-rekening. en dat daardoor een reële kans bestond dat de belastingdienst haar ubs-rekening op het spoor was of zou komen.

media-aandacht niet relevant

de hoge raad concludeert op grond van de feiten dat:

  • de belastingdienst op het moment van de inkeer geen aanwijzingen had van het bestaan van de ubs-rekening van de vrouw; en
  • die rekening ook niet was begrepen in het groepsverzoek.

objectief gezien is dan volgens de hoge raad het vermoeden niet gerechtvaardigd dat de belastingdienst met de onjuistheid of onvolledigheid van de aangifte bekend was of bekend zou kunnen worden. daarbij is niet van belang of er een subjectief vermoeden zou kunnen worden ontleend aan de media-aandacht.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief