de man stelt bovendien dat de beroepsmatige exploitatie vrijwel onmogelijk was door de beperkingen die de gemeente heeft gesteld aan het gebruik van het perceel. de waarde in het economisch verkeer van het bedrijfsgedeelte zou daarom nihil zijn.
de rechtbank oordeelt dat dit niet betekent dat de bedrijfsgebouwen en de cultuurgrond geen enkele waarde hebben. de gebouwen kunnen sloopwaardig zijn. ook is niet gesteld of gebleken dat er niet over de cultuurgrond kan worden beschikt. de omstandigheid dat de koopsom in de koopakte niet is gesplitst, bewijst niet dat het bedrijfsgedeelte voor nihil is verkocht.
ook de inspecteur onderbouwt zijn waardebepaling van het bedrijfsgedeelte onvoldoende. daarom stelt de rechtbank de waarde van het bedrijfsgedeelte zelf vast op € 345.000.