de inspecteur weigert hier de toepassing van het nultarief. daarentegen oordeelt rechtbank noord-nederland dat de bv het nultarief wel mag toepassen. zij heeft er namelijk alles aan gedaan wat redelijkerwijs van haar kan worden verlangd om ervoor te zorgen dat zij door de levering van de auto’s aan het hongaarse bedrijf niet betrokken zou raken bij btw-fraude. naast de al genoemde zaken heeft de bv daarvoor ook:
- door de vies-controle vastgesteld dat het btw-identificatienummer van het hongaarse bedrijf actief was op de momenten van de leveringen van de auto’s;
- via een kopie van de oprichtingsakte vastgesteld dat het hongaarse bedrijf beschikt over een startkapitaal van € 9.000;
- voor een deel van de geleverde auto’s cmr-vrachtbrieven ontvangen, waaruit blijkt dat de auto’s daadwerkelijk naar hongarije zijn vervoerd;
- e-mails gestuurd ter bevestiging van de ontvangst van de auto’s die het hongaarse bedrijf ook heeft bevestigd;
- vrijwel alle aanwijzingen van de belastingdienst opgevolgd die na een eerder onderzoek zijn gegeven aan een gelieerde fiscale eenheid;
- meldingen ongebruikelijke transacties gedaan van diverse contante betalingen door het hongaarse bedrijf.