de holding-bv stelt dat er nooit een fe met de tussenholding tot stand is gekomen, omdat de toe- en de uittreding van de tussenholding in hetzelfde boekjaar hebben plaatsgevonden. de fe wordt dan geacht nooit te hebben bestaan. rechtbank noord-holland oordeelt dat dit alleen geldt voor bestaande bv’s die toe- en uittreden in hetzelfde boekjaar en niet voor bv’s die vanaf de oprichting deel uitmaken van een fe.
sanctie artikel 15ai wet vpb
vervolgens staat vast dat er binnen de fe een vermogensverschuiving heeft plaatsgevonden tussen de holding en de tussenholding. de waarde in het economisch verkeer (wev) van de ingebrachte schepen was op het moment van de overdracht hoger dan de boekwaarde. bij ontvoeging van de overnemer moeten dan de overgedragen vermogensbestanddelen worden geherwaardeerd naar de wev. de rechtbank oordeelt dat deze sanctiebepaling (15ia wet vpb) van toepassing is. de holding moet daarom vpb betalen over de waardestijgingen van de ingebrachte schepen.