de hoge raad beslist dat onderzocht moet worden voor welke werkzaamheden een werkgever het grootste bedrag aan premieplichtig loon betaalt – ook al is dat lastig vast te stellen vanwege de verschillende werkzaamheden. in dit geval bestaan de activiteiten van belanghebbende uit:

  1. de verkoop en verhuur van thuiszorgartikelen (verpleegartikelen en hulpmiddelen) aan particulieren, die vallen onder sector 17, detailhandel en ambachten;
  2. het leveren van thuiszorgartikelen, kunst- en hulpartikelen aan particulieren die vallen onder sector 45, zakelijke dienstverlening;
  3. het leveren van verpleegartikelen en hulpmiddelen aan zorginstellingen die vallen onder sector 42, groothandel ii.

commentaar

niet in geschil is dat de onderneming een samengestelde onderneming is, die werkzaamheden verricht in de genoemde sectoren. volgens het hof zijn de differentiaties in sectoren en premieloonsommen van de takenpakketten van individuele werknemers niet anders dan gekunsteld vast te stellen. daarom concludeert het hof dat de onderneming vergelijkbaar is met een grootwinkelbedrijf, dat op basis van de werkzaamheden en functie in het maatschappelijk verkeer op grond van de hoofregel wordt ingedeeld in sector 19, grootwinkelbedrijf. de hoge raad oordeelt echter dat ook in deze situatie de samengestelde onderneming moet worden ingedeeld bij de sector waartoe de werkzaamheden behoren, waarvoor hij in de regel het grootste bedrag aan premieplichtig loon betaalt. de hoge raad verwijst de zaak naar hof amsterdam.

heb je vragen over sectorindeling? neem dan contact op met onze adviseur loonheffingen, hans tabak, via h.tabak@fiscount.nl.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief