het hof oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat een onafhankelijke derde niet bereid zou zijn eenzelfde zekerheidsstelling aan te gaan als de man onder overigens dezelfde voorwaarden en omstandigheden. daarvoor zijn twee zaken doorslaggevend, namelijk:

  • dat het aannemelijk is dat de zekerheden als moreel commitment door de directie van het concern (de man en zijn vrouw) zijn gegeven; en
  • dat er feitelijk geen of een beperkt debiteurenrisico werd gelopen. de contactpersoon van het concern bij de bank bevestigt dit ook.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief