ook de vermogensvergelijking en de privékasopstelling zijn onvoldoende om te kunnen concluderen dat de caféhouder niet de vereiste aangifte heeft gedaan. de bewijslast wordt daarom niet omgekeerd en verzwaard. de inspecteur kan dan volstaan met een gemotiveerde schatting, waarna de caféhouder aannemelijk moet maken dat de werkelijk verschuldigde btw lager is dan de btw die de inspecteur heeft berekend. daarin is de caféhouder geslaagd ondanks zijn gebrekkige administratie. de btw-aangiften zijn namelijk gebaseerd op z-afslagen van de kassa’s. bovendien heeft de inspecteur geen rekening gehouden met breuk, eigen gebruik en representatie. de rechtbank vernietigt de naheffingsaanslagen en de vergrijpboetes.