de vof stelt onder meer dat de suppletieverplichting van artikel 10a awr en artikel 15 uitv.besl. ob in strijd is met het nemo-teneturbeginsel. rechtbank gelderland geeft de vof geen gelijk. zij is van oordeel dat artikel 10a awr niet in strijd is met het nemo-teneturbeginsel, omdat het artikel past in het wettelijke systeem van de aangifteverplichtingen in de omzetbelasting. de vergrijpboete is nodig om ervoor te zorgen dat door afnemers aan leveranciers betaalde omzetbelasting ook daadwerkelijk in de schatkist vloeit. met zelfincriminatie heeft dit niets te maken. de rechtbank acht de vergrijpboetes terecht en naar de juiste bedragen opgelegd.
menselijke maat
de rechtbank ziet – gelet op de menselijke maat – wel aanleiding om de boetes met 20% te matigen wegens de totale hoogte van de bedragen die de vof moet betalen. deze bestaan uit: de naheffingsaanslag (€ 274.928), de belastingrente (€ 28.161), de verzuimboete (€ 15.547) en de gezamenlijke vergrijpboetes van € 58.087. dit afgezet tegen de beperkte omvang van de onderneming en de relatief beperkte verdiencapaciteit van de vof. de verzuimboete en de vergrijpboetes cumuleren bovendien, waardoor het te betalen bedrag aan boetes relatief hoog oploopt. de rechtbank acht het aannemelijk dat de vof en haar vennoten vrij lang tijd nodig zullen hebben om het totale bedrag terug te betalen. daarom – en gelet op de menselijke maat – ziet de rechtbank aanleiding om de boetes met 20% te matigen (van 25% naar 20% en van 12,5% naar 10%). de boetes worden verder nog eens met 10% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.
tip
een boete kan om verschillende redenen te hoog zijn of ten onrechte zijn opgelegd. heb je een klant aan wie een boete is opgelegd? beoordeel dan of er juridische argumenten zijn waarom de boete moet worden vernietigd of verminderd. zeker bij vergrijpboetes kunnen de financiële belangen groot zijn.