de belastingdienst stelde dat het tweede dienstverband niet binnen 5 jaar na 21 april 2011 was begonnen en dat de tweede uitkering zw aan de premie whk van de werkgever moest worden toegerekend. het gerechtshof deelde die mening niet.
in deze kwestie trad de werknemer binnen 5 jaren na 20 april 2011 (namelijk op 15 juli 2013) voor het eerst in dienst bij de werkgever, waardoor de werknemer 5 jaren na de indiensttreding, dus tot 15 juli 2018, aanspraak kon maken op de no-riskpolis. het gerechtshof stelde terecht dat ook het tweede dienstverband was aangevangen voor 15 juli 2018 (namelijk op 6 juni 2016) en dat de tweede uitkering zw vanaf 4 oktober 2016 onverminderd op basis van de no-riskpolis was betaald. het gevolg hiervan is dat beide uitkeringen zw niet aan de premie whk van de werkgever mochten worden toegerekend. het gerechtshof voegde daaraan toe dat er geen steun in de wet- en regelgeving was te vinden voor het standpunt van de belastingdienst.
commentaar
voor specialisten op dit vakgebied lijkt het oordeel van het gerechtshof ‘appeltje-eitje’, ofwel: eenvoudigweg artikel 29b van de zw goed lezen. dat neemt echter niet weg dat specialisten in de dagelijkse praktijk in toenemende mate worden geconfronteerd met eigen, afwijkende opvattingen van de belastingdienst die voor de rechter, in dit geval zelfs in hoger beroep, moeten worden bestreden. het is dan ook in het belang van jouw klanten om dit soort omissies te signaleren en, desgewenst, tijdig bezwaar en/of (hoger) beroep in te (laten) stellen.
dit artikel is geschreven door onze adviseur arbeidsrecht en sociale zekerheid, ron van baarlen.