het verwijzingshof oordeelt dat de inspecteur in beginsel alleen de overlijdensaangifte hoefde te raadplegen. hoewel daarin melding werd gemaakt van de aanwezigheid van een aanmerkelijk belang, hoefde hij in redelijkheid niet te twijfelen aan de juistheid van de gegevens in deze aangifte. het was namelijk niet onwaarschijnlijk dat de aangifte juist was.

dit geldt ook voor zover geen vervreemdingsvoordeel is aangegeven ter zake van de aanmerkelijk belangaandelen, terwijl in de aangifte is aangegeven dat de erflater is overleden. zo was het mogelijk dat de vrouw het inkomen uit aanmerkelijk belang in haar aangifte zou aangeven. voor een f-biljet geldt geen strenger toetsingscriterium dan voor een reguliere aangifte. er bestaat geen verplichting om voor het opleggen van de aanslag van de man de aangifte van de vrouw te raadplegen of de aangifte erfbelasting. kortom, er geldt geen verdergaande onderzoeksplicht bij gemeenschappelijke inkomensbestanddelen. de inspecteur begaat daarom geen ambtelijk verzuim, dat aan de navordering in de weg staat.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief