de rechtbank is het met de vrouw eens dat de belastingrente moet worden verminderd. het is onzorgvuldig geweest van de inspecteur om automatisch heffingskortingen van voorafgaande jaren uit te betalen, zonder naar de aangifte van de man te kijken. de inspecteur is weliswaar niet wettelijk verplicht om gelijktijdig de aanslagen van fiscale partners vast te stellen – ook niet als de aangifte gezamenlijk is gedaan – maar bij de keuze om dat niet te doen, moet de inspecteur wel een belangenafweging maken. de keuze van de inspecteur om de aanslagen op verschillende momenten op te leggen, leidt tot een aanzienlijk bedrag aan belastingrente voor de vrouw, zonder dat zij dat had kunnen voorkomen. ook weegt mee dat de vrouw maar over een klein deel van de wettelijke periode over de uitbetaalde heffingskortingen kon beschikken.