de rechter legt dit onderwerp uit aan de hand van de tekst van artikel 7:670 lid 1, sub a bw, het opzegverbod tijdens ziekte. daaruit blijkt dat dit slechts geldt gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten. nu de werkneemster volledig is hersteld, wordt niet meer voldaan aan de voorwaarden van het opzegverbod.
het feit dat de werkgever al tijdens de ziekte van de werkneemster besloten had om het dienstverband te willen beëindigen, rekt het opzegverbod niet op. dit kan enkel een rol spelen bij de vraag of de werkgever de werkneemster nog voldoende gelegenheid heeft geboden om zich van haar beste kant te laten zien. disfunctioneren kon hier geen rol spelen, want dit hing samen met haar ziekte. wel komt de rechter tot de vaststelling dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. op die grond wordt meegewerkt aan het verzoek van de werkgever.