de rechtvaardiging van de wetgever voor het niet aansluiten bij de werkelijke samenstelling van het box-3-vermogen – de uitvoerbaarheid van de box-3-heffing en de mogelijkheid van arbitrage – is onvoldoende om 40% van de belastingplichtigen te confronteren met een hogere belastingdruk.
opnieuw weinig soelaas
toch leidt dit ook in deze zaak niet tot een vermindering van de box-3-heffing in 2017 en 2018, omdat de rechtbank het ontstane rechtstekort niet kan repareren. daarvoor moeten keuzes gemaakt worden die aan de wetgever zijn. dat geldt ook als de rechtbank zou oordelen dat de box-3-heffing in strijd is met artikel 1 eerste protocol evrm. de beroepen worden daarom toch ongegrond verklaard.