rechtbank zeeland-west-brabant verwerpt dit beroep op de foutenleer. de inspecteur onderbouwt namelijk onvoldoende dat er voor het gehele bedrag van de schadevergoedingen sprake is van een fout in de zin van de foutenleer. hij baseert zijn standpunt slechts op het feit dat de dga de ontvangen vergoedingen niet heeft aangegeven in zijn ib-aangiften. de dga toont echter aan dat hij daadwerkelijk kosten heeft gemaakt voor het herstel en de afbouw van het pand. de inspecteur heeft niet gesteld dat deze kosten zijn geactiveerd. ook heeft hij niet inzichtelijk gemaakt hoe de boekwaarde van het pand op onjuiste wijze op de balans is verantwoord, waardoor sprake is van een fout in de zin van de foutenleer. de navorderingsaanslag 2012 en de bijbehorende boete en belastingrente worden vernietigd.
waarde pand in 2013
de box-3-waarde van het pand in de navorderingsaanslag 2013 onjuist vastgesteld. de inspecteur heeft het pand gewaardeerd op de waarde in het economisch verkeer in verhuurde staat. daarbij heeft hij echter niet inzichtelijk gemaakt welke waarde op 1 januari 2013 aan het huurcontract moet worden toegekend.
de dga gaat uit van de waarde in onverhuurde staat en stelt dat de woz-waarde van toepassing is. volgens de rechtbank miskent de dga hiermee dat de verhuurde staat wel een rol speelt bij de waardering van het pand. daarom is ook deze waardebepaling onjuist. de rechtbank stelt daarom zelf de waarde van het pand in goede justitie vast.