ook oordeelt het hof dat de belastingplichtige in deze zaak niet aannemelijk heeft gemaakt dat in de jaren 2015 tot en met 2018 sprake is van een individuele en buitensporige last. nu er geen sprake is van een individuele en buitensporige last, maar van een rechtstekort op stelselniveau, ziet hof den haag – net als de hoge raad – voorlopig geen aanleiding om zelf een regeling te treffen die de schendingen opheft. de wetgever zal keuzes moeten maken om dat rechtstekort op stelselniveau op te heffen. de rechter past daarbij terughoudendheid ten opzichte van de wetgever.