commentaar
een misverstand hierbij is dat de duurzame band met nederland sterker moet zijn dan de band met het andere land. het middelpunt van iemands maatschappelijk leven hoeft zich dus niet noodzakelijkerwijs in nederland te bevinden [!].
nationale bepalingen
de rechtbank acht aannemelijk dat betrokkene in 2011 in nederland woonde; hij heeft hier immers 31% van zijn tijd doorgebracht. hij verbleef in een woning in nederland die volledig was ingericht, onderhouden werd en ook een telefoon- en faxaansluiting had. daarnaast had betrokkene diverse nederlandse lidmaatschappen, zoals een museumjaarkaart, en een nederlandse zorgverzekering. verder was hij onder behandeling bij nederlandse zorgverleners, kocht hij bij nederlandse winkels en beschikte hij in nederland over diverse auto’s. zijn banden met zwitserland doen voor de bepaling van de woonplaats op grond van artikel 4, algemene wet rijksbelastingen (awr) niet ter zake.
verdrag
omdat betrokkene zowel een duurzame woongelegenheid in nederland als in zwitserland heeft, is er sprake van een dubbele woonplaats. de zwitserse belastingdienst beschouwt betrokkene als inwoner van zwitserland. de woonplaats wordt dan bepaald aan de hand van de zogenoemde tie-breaker in het belastingverdrag. een persoon heeft zijn woonplaats dáár, waar hij een duurzame woongelegenheid heeft. bestaan er verschillende dergelijke plaatsen? dan wordt de plaats als woonplaats beschouwd waarmee de persoonlijke betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen). in deze zaak oordeelt de rechtbank op basis van alle feiten en omstandigheden dat de persoonlijke betrekking met nederland het nauwst is. voor een belangrijk deel is dat gebaseerd op het feit dat betrokkene een woning in nederland aanhield, waar hij ook regelmatig verbleef.