commentaar
het restaurant in deze zaak was op 6 december 2019 ingeschreven in het handelsregister. de rvo ging daarom uit van de omzet in de referentieperiode, die begint op 6 december 2019 en loopt tot en met 15 maart 2020. de ondernemer stelt echter dat zij pas op 17 februari 2020 de vereiste drank- en horecawetvergunning en exploitatievergunning heeft ontvangen en dus pas toen omzet kon gaan genereren. volgens het college moet in dit geval dus 17 februari 2020 aangemerkt worden als de datum waarop de ondernemer haar activiteiten is gestart. de rvo had moeten uitgaan van de omzet in de referentieperiode van 17 februari 2020 tot en met 15 maart 2020.
ruime uitleg
deze uitspraak heeft betrekking op een artikel in de tvl, dat de omzet in de referentieperiode bepaalt voor ondernemingen die na 1 april 2019 en uiterlijk op 15 november 2019 of na 15 november 2019 en uiterlijk 29 februari 2020 zijn ingeschreven in het handelsregister. uit een beroepszaak die hans tabak behandelt, blijkt dat de rvo de uitspraak echter ruimer uitlegt. in die zin, dat deze ook gevolgen kan hebben voor ondernemers die voor 1 april 2019 staan ingeschreven in het handelsregister. kan een ondernemer aantonen dat er inderdaad sprake was van een noodzakelijke vergunning om open te mogen én te kunnen? dan kan de rvo de datum waarop de vergunning is verleend, gebruiken als startdatum. volgens de rvo heeft de uitspraak niet alleen gevolgen voor ondernemers met openstaande bezwaar- en beroepszaken voor tvl 1 en tvl q4 2020, maar ook voor ondernemers die bezwaar hebben gemaakt tegen tvl q1 2021, maar geen gebruik konden maken van de tvl startersregeling in q1. alle lopende bezwaren en beroepen die nog niet zijn beoordeeld, gaat de rvo nader onderzoeken. de ondernemer hoeft hiervoor niets te doen.