zoonlief heeft na het overlijden van moeder de kamer in het verzorgingshuis ontruimd en de inboedel aangeboden aan de kringloopwinkel. daarnaast is in opdracht van de moeder ten laste van haar rekening voor een bedrag van € 30 gebak besteld voor het verzorgend personeel en er is een cadeaubon van € 150 gekocht voor de alfahulp. de onterfde dochter stelt zich op het standpunt dat haar broer door deze gedragingen de nalatenschap zuiver heeft aanvaard. daarmee is hij volgens haar aansprakelijk voor de schulden én voor het erfdeel als gevolg van het overlijden van vader en de legitieme portie in de nalatenschap van moeder.
de hoge raad oordeelt dat uit gedragingen van een erfgenaam niet te snel mag worden afgeleid dat deze de bedoeling heeft om de nalatenschap zuiver te aanvaarden. dat volgt niet alleen uit de wettekst van bw 4:192 lid 1 oud, maar ook uit het motief van de in 2016 ingevoerde wetswijziging. de zoon heeft uitsluitend daden van beheer verricht en niet als ‘heer en meester’ beschikt over de goederen van de nalatenschap. dat geldt ook voor het afvoeren van de inboedel waar geen reële waarde aan toegekend werd.
tip
toch blijft het oppassen geblazen. zodra de grens van ‘daden van beheer’ wordt overschreden, kun je als erfgenaam worden geacht de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard. daarmee kunnen schuldeisers je aanspreken om de schulden van de erflater uit je eigen vermogen te voldoen. beneficiair aanvaarden is en blijft dus verstandig!