de nieuwslezeres weerspreekt uiteindelijk niet dat er in de periode 2018-2021 een overeenkomst van opdracht bestond met de payrollorganisatie, zodat zij niet ondertussen een arbeidsovereenkomst rechtstreeks met de omroep kon hebben. het geschil focust zich dan ook nog op de periode vóór 2018. de rechter legt daarvoor aan de hand van de omstandigheden van het geval uit of er wordt voldaan aan de componenten van een arbeidsovereenkomst: de ene partij verbindt zich om in dienst van de andere partij tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten (artikel 7:610 lid 1 bw).
gezagsverhouding
aangezien de nieuwslezeres zelf kon beslissen of ze bij piek en ziek van de vaste medewerkers van de omroep wilde komen werken, is er geen sprake van een gezagsverhouding. dit temeer omdat ze haar bulletins naar eigen inzicht kon invullen en daarbij niet werd aangestuurd. in 2008 werd haar concreet een arbeidsovereenkomst aangeboden, maar die heeft zij afgeslagen omwille van de lagere beloning versus de inkomsten uit het freelancewerk. kortom, zij kan achteraf niet voldoende onderbouwen dat ze werkte conform de vereisten die gelden voor een arbeidsovereenkomst.