volgens de rechtbank maakt de inspecteur aan de hand van de volgende feiten aannemelijk dat er sprake is van een schijnhandeling en dat partijen nooit de bedoeling hadden om een cv aan te gaan:
- de stamgast heeft zich na het faillissement van de café-exploitant alleen als concurrente schuldeiser gemeld;
- de café-exploitant heeft tot aan het faillissement nooit kenbaar gemaakt dat het café in een cv-vorm werd geëxploiteerd;
- de stamgast wilde met het ondertekenen van de cv-overeenkomst slechts anticiperen op het kunnen aftrekken van een ondernemingsverlies.