het verwijzingshof had van de hoge raad de opdracht gekregen om uit te zoeken of er bijzondere omstandigheden waren op grond waarvan het bua niet van toepassing is en die aftrek van de voorbelasting op de huisvestingskosten toch mogelijk maakten. dit zou aan de orde zijn als het uitzendbureau zou kunnen aantonen dat zij de uitgaven voor de huisvesting primair doet in het belang van de onderneming. hoewel zij daarvoor wel argumenten aanvoert, zijn die niet overtuigend. de inspecteur betwist sommige feiten van die onderbouwing. bovendien is van belang dat de uitzendkrachten de geboden woonruimte kunnen weigeren en zelf huisvesting mogen regelen. de naheffingsaanslag btw is terecht opgelegd.