naar het oordeel van rechtbank gelderland is eherkenning op zich geen ‘bericht’ in de zin van artikel 2:15 awb en artikel 3a awr. het is net als digid een inlogmiddel, met behulp waarvan de toegang tot het aangifteportaal van de belastingdienst mogelijk wordt gemaakt. nu sprake is van een wettelijke verplichting tot het doen van aangifte, dient de mogelijkheid tot het voldoen aan die verplichting kosteloos te zijn. voor het gebruik van eherkenning dienen sommige aangifteplichtigen, zoals belanghebbende, echter te betalen.

geen wettelijke basis
de rechtbank constateert dat er geen wettelijke basis bestaat voor deze betalingsverplichting. de ministeriële regeling als bedoeld in artikel 3a, lid 2, awr kan daarom geen rechtsgrond bieden voor het verplichten van belastingplichtigen om eherkenning aan te schaffen bij een commerciële partij. gelet op het voornoemde heeft de regeling van de staatssecretaris van financiën van 2 maart 2020 geen rechtsgeldige werking. daaraan doet niet af dat de aangifteplichtigen – achteraf – een deel van hun kosten voor eherkenning (tijdelijk) vergoed kunnen krijgen. volgens de rechtbank heeft de inspecteur in dit geval geen mogelijkheid om een naheffingsaanslag loonheffingen op te leggen. de naheffingsaanslag wordt vernietigd.

kamervragen
inmiddels zijn kamervragen gesteld door kamerleden die willen weten of het kabinet bereid is om het onmiddellijk weer mogelijk te maken om aangifte te doen bij de belastingdienst zonder eherkenning.

tip
ga na of cliënten te laat zijn met het indienen van belastingaangiften. in dat geval kan het verstandig zijn om tijdig een beroep op deze uitspraak te doen, om bijvoorbeeld boetes tegen te gaan. let wel op: mogelijk wordt of is er tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld. het is niet uit te sluiten dat de wetgever een en ander repareert.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief