de hoge raad geeft eerst aan dat in de periode dat leningen met variabele rente worden afgedekt met renteswaps, het fiscale resultaat op die leningen en de renteswaps steeds gezamenlijk moet worden bepaald. het fiscale resultaat is dan hetzelfde als wanneer er leningen met een vaste rente zouden zijn aangegaan. de fiscale verwerking van afkoopsommen van renteswaps die leningen met een variabele rente afdekken, is in wezen hetzelfde als wanneer vastrentende leningen worden afgekocht. het goed koopmansgebruik geldt hierbij als uitgangspunt. als de nieuwe vastrentende lening in feite een voortzetting is van de oude combinatie van leningen met een variabele rente, afgedekt door renteswaps, kunnen de afkoopsommen niet in één keer ten laste van de winst worden gebracht. goed koopmansgebruik vereist dan dat de afkoopsommen in jaarmoten ten laste van de winst worden gebracht gedurende de (zonder afkoop) resterende looptijd van de renteswaps.
voortzetting of niet?
de hoge raad oordeelt dat de nieuwe vastrentende leningen van de stichting in feite geen voortzetting zijn van de oude combinatie van de leningen met variabele rente, afgedekt door renteswaps. dit komt door de afstortingsplicht bij daling van de markrente. daarvoor verschillen de liquiditeitsrisico’s van de combinatie te veel van die van de nieuwe vastrentende leningen. het goed koopmansgebruik staat dus toe dat de stichting de afkoopsom voor de renteswaps in één keer ten laste van haar winst mag brengen.