in de aangifte erfbelasting wordt uiteraard de lagere woz-waarde aangehouden. maar de kinderen hebben recht op een vordering, gebaseerd op de verkoopwaarde. als deze laatste nu niet goed wordt onderzocht, moet dit alsnog gebeuren na het overlijden van de langstlevende. deze vordering komt dan immers – eventueel met rente – in aftrek op de nalatenschap van de langstlevende ouder. stel dat dit pas 10 jaar later is, dan wordt onderzoek lastig. maak daarom naast het indienen van de aangifte ook werk van het vaststellen van de vordering van de kinderen. die zal vaak afwijken van het bedrag dat blijkt uit de aangifte erfbelasting. heb je de waarde eenmaal onderzocht, leg dan de hoofdsom en eventueel overeengekomen rente tussen de langstlevende en kind(eren) schriftelijk vast en voeg het taxatierapport bij.

bovenstaande geldt evenzeer bij aandelen die een aanmerkelijk belang vormen. de latent verschuldigde inkomstenbelasting wordt bij fictie op 6,25% gesteld, terwijl de contante waarde bij deze rentestand doorgaans veel hoger is. alleen is het effect dan omgekeerd ten opzichte van een woning met een lage woz-waarde.

zijn er nu alleen gezamenlijke kinderen, dan heeft bovenstaande enkel een fiscaal belang; na het tweede overlijden wordt er mogelijk minder erfbelasting betaald. in samengestelde gezinnen is er uiteraard vaak ook nog een financieel belang. het komt vaak voor dat kinderen wel erven bij het eerste overlijden, maar niet meer bij het tweede overlijden. dan doen de hoofdsom en de rente er wel degelijk toe.

tip
besteed bij elke aangifte erfbelasting ook – separaat – aandacht aan de vraag of de betreffende nalatenschap al correct is afgewikkeld.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief