rechtbank zeeland-west-brabant is het met de inspecteur eens dat de voortvarendheidseis niet van toepassing is, omdat de navordering het gevolg is van een keuzeherziening als bedoeld in artikel 16, lid 2, onderdeel b awr in samenhang met artikel 2.17, lid 4 wet ib 2001. maar zelfs als de voortvarendheidseis wel van toepassing zou zijn, zou dat niet leiden tot vernietiging van de navorderingsaanslagen. de inspecteur beschikte pas in 2018 over voldoende informatie om het buitenlandse vermogen exact te kunnen vaststellen. de rechtbank vindt dat hem vervolgens tijd gegund moet worden om die informatie te bestuderen en de betrouwbaarheid ervan te wegen.
verlengde navorderingstermijn
de verlengde navorderingstermijn is in buitenlandsituaties toegestaan om belastingfraude te bestrijden en om de doeltreffendheid van fiscale controles te waarborgen. dat het inzetten van de verlengde navorderingstermijn in buitenlandsituaties niet verder gaat dan noodzakelijk is om deze doelen te bereiken, hangt met name af van de voortvarendheid waarmee de inspecteur handelt, nadat het verzwegen vermogen is gemeld. de inspecteur kan dus niet te lang wachten met het opleggen van de navorderingsaanslag. in deze zaak was aan deze voortvarendheidseis voldaan.