de rechtbank heeft recent een uitspraak gedaan in een zaak waarbij er schade is ontstaan aan een auto. deze schade werd in opdracht van een verzekeraar gerepareerd door een garage. tijdens de reparatie is – na goedkeuring van de verzekeraar – ook een koplamp vervangen. de eigenaar wilde de vervangen koplamp terug hebben van de garage. toen de garage dat weigerde, heeft de eigenaar de betaling van de factuur van het eigen risico opgeschort.
licht op de zaak
een van de vragen die de rechtbank moest beantwoorden, was: is er voldoende samenhang tussen de vordering van de eigenaar op de garage en de vordering van garage op de eigenaar van de auto? die vraag moet worden beantwoord aan de hand van de feiten en omstandigheden van het geval. in deze situatie kan waarschijnlijk wel worden geconcludeerd dat er voldoende samenhang bestaat, nu de eigenaar van de auto belang heeft bij herstel van de auto. de eigenaar van de auto heeft echter niet tijdig om teruggave van de koplamp gevraagd, waardoor aan hem alsnog geen beroep op opschorting toekomt. (zie ook het item opschorting werkzaamheden en betaling niet zonder risico in fiscasus onderneming en recht 2201.)