in deze zaak gaat het om een belastingplichtige van wie het bezwaar tegen de box-3-heffing is gesplitst in een massaalbezwaardeel dat ziet op de strijd met de eu-regels op stelselniveau en in een individueel bezwaar dat ziet op de individuele en buitensporige last. tegen een collectieve uitspraak in een massaalbezwaarprocedure staat geen bezwaar en beroep open. tegen het individuele bezwaar staat wel bezwaar en beroep open. de hoge raad is het in deze zaak eens met de inspecteur ten aanzien van de afwijzing van het individuele beroep in cassatie. vervolgens wijst de hoge raad de belastingplichtige erop dat hij op grond van het kerst-arrest wel om ambtshalve vermindering kan verzoeken, mocht hij het niet eens zijn met de omvang van de vermindering in de collectieve uitspraak op het massaalbezwaardeel. mocht de belastingdienst dit verzoek afwijzen, dan staat daartegen wel bezwaar open en vervolgens beroep bij de belastingrechter.

voorkomen van twee procedures
de hoge raad geeft met deze mogelijkheid de feitenrechter de kans om vanaf de datum van de collectieve uitspraak (4 februari 2022) bij de beoordeling van het (hoger) beroep over het individuele bezwaar de gevolgen te betrekken van de collectieve uitspraak, inclusief de beslissing over de omvang van de vermindering. zo wordt voorkomen dat de belastingplichtige over één aanslag twee procedures moet voeren: één tegen de aanhangige procedure over de individuele en buitensporige last en één tegen de omvang van de vermindering in de collectieve uitspraak via een procedure naar aanleiding van de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering. deze mogelijkheid bood geen uitkomst voor de belastingplichtige in deze zaak, omdat zijn zaak nu eenmaal al bij de hoge raad lag.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief