het begrip ‘gezag’ wordt verduidelijkt en er komt er een zogenoemd rechtsvermoeden, waardoor de opdrachtgever voortaan moet bewijzen dat er geen sprake is van een dienstverband. het toezicht en de handhaving op schijnzelfstandigheid worden aangescherpt en het handhavingsmoratorium wordt uiterlijk op 1 januari 2025 afgeschaft.
commentaar
- verduidelijking gezag: bij de overwegingen over de verduidelijking van het begrip ‘gezag’ verwijst het kabinet naar een recent advies aan de hoge raad. de a-g poneert in haar advies als uitgangspunt twee mogelijke uitkomsten: de opdrachtnemer werkt ‘in dienst van een ander’ doordat het werk is ingebed in de onderneming van die ander, of de opdrachtnemer heeft zijn of haar eigen onderneming. het lijkt erop dat de verduidelijking dus van de hoge raad moet komen, waarbij men kennelijk vergeet dat de hoge raad het advies van de a-g in een eerder arrest niet heeft overgenomen. ondanks kritiek van zowel de belastingdienst als marktpartijen wordt de webmodule doorontwikkeld.
- eigen verantwoordelijkheid: het kabinet wijst ook op de eigen verantwoordelijkheid. de opdrachtgever en opdrachtnemer kunnen er ook voor kiezen dat er wel in dienstbetrekking wordt gewerkt en zo de risico’s op naheffingen voorkomen.
- rechtsvermoeden: voorgesteld wordt om het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst te koppelen aan een uurtarief onder de € 30 – € 35. ook bij zogenoemd platformwerk wordt een rechtsvermoeden ingevoerd. bij een rechtsvermoeden keert de bewijslast om en moet de opdrachtgever bewijzen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. uiteindelijk kan dit door de rechter worden getoetst aan de criteria arbeid, loon en gezag. in het najaar volgt een nadere uitwerking. het is daarbij blijkbaar niet de bedoeling dat het rechtsvermoeden gekoppeld aan een uurtarief ook door het uwv en de belastingdienst wordt gehanteerd. voor hen is het berekenen van uurtarieven onuitvoerbaar, zo is eerder gebleken.