de man stelt dat hij en zijn vrouw in het echtscheidingsconvenant voor een andere verdeling van de eigenwoningaftrek hebben gekozen dan bij helfte. omdat er in 2018 nog geen echtscheidingssituatie was, oordeelt de rechtbank dat de inhoud van het echtscheidingsconvenant geen gevolgen heeft voor de fiscale verdeling van de eigenwoningaftrek. de man en de vrouw waren in 2018 fiscale partners van elkaar. zij hadden bij hun ib-aangiften voor een andere verdeling van de eigenwoningaftrek kunnen kiezen, maar hebben dat nagelaten. in dat geval bepaalt de wet (artikel 2.17, lid 3 wet ib 2001) dat de eigenwoningaftrek bij helfte over de partners wordt verdeeld. de inspecteur heeft daarom terecht de aftrek bij de man gehalveerd.