het eu-hof van justitie beantwoordde op 7 juli 2022 de prejudiciële vragen van de hoge raad van 26 maart 2021. kortgezegd komt het antwoord erop neer dat de herzieningsregeling niet kan worden toegepast als de belastingplichtige heeft verzuimd om tijdig gebruik te maken van zijn aftrekrecht. tijdig wil in dit verband zeggen dat het aftrekrecht moet worden geclaimd in het aangiftetijdvak waarin de btw in rekening is gebracht.
artikel 15, lid 4 kan alleen worden ingeroepen wanneer het werkelijk gebruik afwijkt van de aanvankelijke bestemming die bij aankoop aan het goed is gegeven. in dat geval kan het al dan niet genoten aftrekrecht worden herzien. hebben die wijzigingen zich niet voorgedaan en is de btw-aftrek niet geclaimd? dan vervalt het aftrekrecht na het verstrijken van het aangiftetijdvak waarin de btw in rekening is gebracht. het aftrekrecht kan dan dus niet in een later tijdvak alsnog worden genoten.
suppletieaangifte
binnen de vijfjaarstermijn biedt het indienen van een suppletieaangifte mogelijk nog wel soelaas. de belastingdienst staat dan mogelijk alsnog aftrek toe in het juiste tijdvak.