de theaterexploitant meent dat de alcoholische pauzedrankjes opgaan in het verlenen van toegang tot de theatervoorstelling. het verlaagde btw-tarief is daarom ook op deze drankjes van toepassing. rechtbank zeeland-west-brabant ziet dat anders. een ondernemer die een of meerdere handelingen verricht tegenover dezelfde afnemer, waarin verschillende prestaties te onderscheiden zijn, moet voor de btw-behandeling elke prestatie als zelfstandig aanmerken. op deze hoofdregel bestaan uitzonderingen. zo is een handeling in elk geval een bijkomende prestatie bij de hoofdprestatie als de handeling voor de afnemer geen doel op zich vormt, maar een middel is om de hoofdprestatie optimaal te benutten. daarvan is hier volgens de rechtbank echter geen sprake. het alcoholische drankje dient een afzonderlijk belang, dat losstaat van de theatervoorstelling. deze prestatie volgt dus niet het verlaagde tarief van het toegang verlenen tot een theatervoorstelling, maar is zelfstandig belast met 21% btw.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief