bij toepassing van de 30%-regeling wordt een deel van het salaris netto uitbetaald en op grond van artikel 31 lid 1 onder f van de wet lb aangemerkt als eindheffingsbestanddeel. zolang de kennismigrant werkt, is er geen vuiltje aan de lucht. dat wordt anders zodra de kennismigrant aanspraak moet maken op een ww- of wia-uitkering. dan ontstaat er wél een probleem. de centrale raad van beroep (crvb) deed onlangs uitspraak in een zaak waarbij het uwv het bedrag van de 30%-regeling niet had meegenomen bij het bepalen van het dagloon van de ww-uitkering. de crvb komt tot de slotsom dat het uwv – nu er sprake is van een eindheffingsbestanddeel en over dit bedrag geen loonbelasting en premies zijn afgedragen – dit bedrag terecht en op goede gronden niet heeft meegenomen in de bepaling van het dagloon.
nadelig gevolg voor kennismigrant
dit heeft voor de kennismigrant tot gevolg dat zijn uitkering maximaal 50% van zijn salaris zal bedragen. het behoeft geen nader betoog dat dit waarschijnlijk tot financiële problemen zal leiden. voor werkgevers die gebruikmaken van kennismigranten is het dus belangrijk om goed te beseffen dat aan het voordeel van de 30%-regeling voor kennismigranten ook een onomkeerbaar groot nadeel kan zitten. het informeren van de kennismigrant over de consequenties van deze regeling spreekt voor zich en past ook bij goed werkgeverschap.
tip
heb je hulp nodig bij het toepassen van de 30%-regeling en vraagstukken inzake het uwv? neem dan contact op met mr. gert-jan van dijk via gj.vandijk@fiscount.nl of (038) 45 61 900.