de hoge raad oordeelt dat er slechts sprake kan zijn van ‘in wezen nieuwbouw’ als er wijzigingen zijn opgetreden in de bouwkundige constructie van het bestaande gebouw. daaronder wordt ook de vervanging begrepen (van een deel) van de bestaande bouwkundige constructie. alleen dan is de verbouwing zo ingrijpend geweest dat daardoor in wezen een nieuw gebouw is ontstaan. wijzigingen in de bouwkundige identiteit/uiterlijke herkenbaarheid, wijzigingen in de functie in de zin van aanwendingsmogelijkheden, de grootte van de gedane investeringen en de door de verbouwing gerealiseerde meerwaarde (in deze zaak ruim € 11,4 miljoen) kunnen daarvoor aanwijzingen zijn. maar doorslaggevend zijn zij niet, noch op zichzelf, noch tezamen genomen en noodzakelijk zijn zij evenmin.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief