stel, een nalatenschap bevat een onverhuurde woning met een woz-waarde van € 250.000 en een taxatiewaarde van € 300.000. er zijn twee neven. neef a krijgt de woning gelegateerd tegen inbreng van 60% van de taxatiewaarde. deze inbrengvordering komt toe aan neef b, die enig erfgenaam is.

neef a wordt belast voor de woning tegen een woz-waarde van € 250.000, onder aftrek van zijn inbreng. hij kan niet zijn werkelijke inbreng van € 180.000 in aftrek brengen, maar de fictieve waarde van zijn inbreng. deze bedraagt 60% van € 250.000, ofwel € 150.000. neef a wordt dus per saldo voor € 100.000 belast. neef b verkrijgt als enig erfgenaam de inbrengvordering van € 180.000, die wordt belast voor € 150.000. zowel bij neef a als bij neef b wordt dus de inbrengschuld respectievelijk de inbrengvordering fictief gewaardeerd op de waarde, alsof deze op (een percentage van) de woz-waarde was gesteld.

dezelfde redenering lijkt te worden gevolgd als het legaat geen woning maar een aanmerkelijk belang betreft, en de legataris de latente box-2-claim geruisloos overneemt. ook dan neemt de inspecteur een inbrengvordering in aanmerking, alsof partijen een latentie hebben berekend van 6,25%. kortom, wees gewaarschuwd!

tip
is er in een nalatenschap sprake van legaten tegen inbreng van de waarde? houd er dan rekening mee dat deze vorderingen respectievelijk schulden tegen een fictieve waarde kunnen worden belast c.q. in aftrek worden toegelaten.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief