in het onderhavige geval ontbreken zowel de niet betaalde hoofdsom als de renteschade, voor zover het de periode betreft waarin de belastingdienst beschikte over het verschuldigde belastingbedrag. in zoverre is daarom geen belastingrente verschuldigd, oordeelt de hoge raad.
de hoge raad doet de zaak af. aan de vennootschap is over het op grond van de derde voorlopige aanslag te betalen bedrag van € 14.478 ten onrechte belastingrente in rekening gebracht over de periode van 1 juli 2017 tot 24 maart 2018. de belastingdienst beschikte in deze periode immers al over dit bedrag, vanwege de door de vennootschap betaalde eerste voorlopige aanslag. de hoge raad merkt nog op dat belastingrente wordt berekend over de periode tussen de dagtekening van een aanslagbiljet en de uiterste datum waarop de desbetreffende belastingaanslag moet zijn betaald. oók in gevallen waarin die aanslag vóór het einde van de betaaltermijn is betaald.