commentaar
de rechtbank oordeelt dat de activiteiten als veldhockeyspeler niet kwalificeren als onderneming. de overeenkomsten met de sportclubs houden in dat de speler tegen een overeengekomen beloning verplicht is om gedurende het seizoen persoonlijk arbeid te verrichten. daarbij dient hij zich te richten naar de aanwijzingen van de werkgever, zodat er sprake is van een gezagsverhouding. immers, veldhockey is een teamsport waarbij de coach namens de club de opstelling bepaalt, de wissels toepast, tijdens het spel aanwijzingen geeft, en ook verder aanwijzingen geeft voor het aanwezig zijn bij en deelnemen aan wedstrijden en trainingen. de spelers moeten deze aanwijzingen opvolgen. niet aannemelijk is dat de speler – hoewel dit wel is vermeld in de overeenkomst – zich naar eigen keuze kon laten vervangen door een andere speler. dit is volgens de rechtbank feitelijk ook niet mogelijk, gelet op de kwaliteit en positie van de speler als boegbeeld en ‘uithangbord’.
er wordt niet voldaan aan de voorwaarden om zijn loon uit dienstbetrekking in aanmerking te kunnen nemen (via absorptie) als winst uit onderneming. de werkzaamheden in dienstbetrekking maken ruim 60% van zijn totale inkomsten uit. ook is niet gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, dat de hockeyspeler meer tijd zou hebben besteed aan zijn verrichte werkzaamheden als ondernemer dan aan zijn werkzaamheden in dienstbetrekking. verder kan de speler voor 2017 geen vertrouwen ontlenen aan een afgegeven var-wuo, omdat voor het jaar 2017 geen var-wuo is afgegeven. ook is de speler erop gewezen dat de var-wuo per 1 mei 2016 is afgeschaft.
heb je vragen over dit onderwerp? neem dan contact op met onze juridische adviseurs loonheffingen hans tabak (h.tabak@fiscount.nl) of janita klomp (j.klomp@fiscount.nl). zij zijn ook telefonisch bereikbaar via (038) 45 61 900.